Bernard – Hoe een boer een nicht werd – deel 8

3
jun

Bernard – Hoe een boer een nicht werd – deel 8

Nou Bernard, over wat je ons van de week vertelde moeten we het toch nog eens hebben, want er komt nogal wat op ons af door wat je ons vertelt.’ ‘Oh nee’, dacht ik. ‘Nu gaat het gebeuren.’ Twijfelend zei ik: ‘Nou, vertel maar wat er is …’ ‘Nou, je moeder en ik …’

De reacties van mijn ouders op mijn coming out was gelukkig bij lange na niet zo negatief als ik had verwacht. Sterker nog: van afwijzing was totaal geen sprake. Woorden als: ‘Stiekem hadden wij het al verwacht’ en ‘het verbaast ons niet’, passeerden de revue. Maar er was wel degelijk ook een andere zijde aan deze coming out, zeker voor mijn ouders. Ze hadden tijd nodig om aan het idee te wennen, want hoewel ze het misschien al zagen aankomen, was het nu toch een soort van definitief. Ik had het voor mezelf al geaccepteerd, maar voor hen begon het pas … Het toekomstbeeld van hun zoon zag er nu toch heel anders uit dan zij 21 jaar lang voor ogen hadden. ‘Geen vrouw, geen kinderen en ook qua geloof is het zeker niet de makkelijkste weg. Heb je daar eigenlijk al over nagedacht? Hoe je dit alles qua kerk gaat aanvliegen?’ vroegen mijn ouders. ‘Want hoe dan ook: er zullen vragen komen vanuit de kerk.’ Op dat moment besefte ik totaal nog niet hoeveel invloed het geloof zou hebben op de komende jaren van het naar buiten brengen van mijn geaardheid. Nooit had ik daar echt over nagedacht want ja, de zoektocht deed ik alleen, en mijn oud-huisgenoten hielden zich eigenlijk helemaal niet bezig met wat de kerk er van zou vinden. Maar vanuit mijn ouders kwam dus wel deze terechte vraag. ‘Ik zal me er zeker in verdiepen’, was mijn reactie. Mijn ouders waren ook niet zo blij mee dat ik via de telefoon mijn coming out had gedaan. ‘We hadden nu geen gezicht bij de emoties die je toonde’. Ik gaf aan dat er thuis nooit echt gesproken werd over gevoelens en emoties en dat ik zo juist de mogelijkheid gaf aan iedereen om erover na te denken en er op een rustiger moment over door te praten. Daar waren ze het dan wel weer mee eens.

Achteraf terugkijkend denk ik wel eens: wat jammer dat er thuis, voor mijn gevoel, nooit echt die openheid was om een gesprek als dit aan te gaan. Hoe belangrijk vind ik het nu, anno 2018, dat er, juist in de relaties tussen ouders en kinderen, openheid is in de gezinnen zodat kinderen zich veilig voelen om alles eerlijk met hun ouders te delen. Als je mij nu vraagt: moeten ouders het dan overal mee eens zijn? Dan zeg ik absoluut: nee! Maar het feit dat je je kinderen het idee geeft dat ze met alles bij je terecht kunnen en dat ze altijd met je in gesprek kunnen gaan, vind ik wel een heel waardevol gegeven. Te vaak ook zie en hoor ik helaas nog dat die openheid er niet overal is …

Maar goed, terug naar mijn thuissituatie. Langzamerhand kwamen steeds meer mensen te weten van mijn coming out. Een week later had ik het ook mijn beide zussen verteld. Ook bij mij in de  Langzamerhand werd het ook bij mij in de kerk in Zwolle wat meer bekend. En dat was ook het moment dat ging gebeuren waarvoor mijn ouders zich al zorgen maakten: er kwamen vragen op bijbelse gronden. En hier begonnen mij ook dingen op te vallen: nu ik uit de kast was en men daar van wist, leek het (zo ervaarde ik het in ieder geval) dat men ook verwachtte dat ik al had nagedacht over hoe ik het bijbels allemaal zag. Vragen als: ‘Ja maar daar en daar staat dit en dit, hoe zie jij dat?’ en ‘Maar volgens de Bijbel kan het toch helemaal niet?’ kwamen regelmatig voorbij. Meer en meer begon ik me schuldig te voelen dat ik die bijbelkennis nog niet had. Maar hoe kon het ook, ik had er zelf nog nooit zo vanuit de Bijbel naar gekeken, ik was al lang blij dat ik wist ‘wat er met me aan de hand was’. Ik kan me ook eigenlijk niet herinneren ooit de uitnodiging te hebben gehad om eens samen de Bijbel ter hand te nemen om eens te kijken wat er nu daadwerkelijk staat. Nee, vooral het aandragen van bijbelteksten waarin iets stond over homoseksualiteit gebeurde veel. Dit resulteerde bij mij in een onbevredigbare wil om avond aan avond in de Bijbel te lezen op zoek naar refererende bijbelteksten over homoseksualiteit. Als ik zelf een ‘Ik weet niet hoe dat zit’-antwoord aan iemand moest geven, voelde dat voor mezelf als falen en het hebben van te weinig bijbelkennis om mijn ‘keuze’ van mijn geaardheid te verantwoorden. Ik vond dat ik alle teksten die werden aangedragen bijbels moest weerleggen met een andere bijbeltekst. En zo veranderde de Bijbel voor mij van een mooi boek over vrede in een soort woordzoeker om de juiste teksten aan elkaar te koppelen. Obsessief, zo zou ik het nu noemen. En dit had niet alleen maar invloed op mijn vrije tijd. Nee, het had invloed op mijn hele geestelijke gestel. Het feit dat ik zo vaak in de Bijbel zat en er alleen maar neerslachtig van werd als ik niet het antwoord kon vinden waar ik zo naar zocht maakte me steeds vermoeider.

In mijn beleving moest je als christenen juist om elkaar heen staan (en voor de lezers: ik heb het hier niet zozeer om alleen de mensen uit mijn eigen kerkgemeente, nee in de breedste zin van het woord) en samen bidden, samen zoeken naar het plan van onze Heer. Maar hoe weinig ervoer ik dat. Misschien was het onterecht dat ik het zo voelde maar het is wel wat ik mij ervan herinner. En ja, zeker waren er een paar uitzonderingen op de regel. Zeker waren er mensen die me wel écht het idee gaven om me heen te staan. En zo was er op regenachtige dinsdagavond iemand uit de kerk bij mij op de koffie, een fijne gesprekspartner met wie ik heel open en vrij durfde te praten. Juist omdat hij niet oordeelde over hoe ik dacht of deed, maar omdat we samen in gesprek gingen. Nadat we even hadden gepraat over koetjes en kalfjes kwam de vraag: ‘Bernard, hoe gaat het nu met je? Nu je uit de kast bent en de mensen om jou/ons heen het wat meer weten? Kun je het allemaal rijmen met je geloof? Zoek je het nog bij onze hemelse Vader die er ook voor jou is?’ ’Nou, ik moet heel eerlijk bekennen, ik ben op, moe … iedereen komt bij me met de beste ideeën en met stapels aan bijbelteksten en iedereen lijkt te verwachten dat ik er een antwoord op heb, zeker vanuit de christelijke kringen. Ik heb vrienden die niet van de kerk zijn, ook homo, die me wel eens vragen: “Bernard, waarom ga je eigenlijk niet weg uit de kerk. En dan niet zozeer de kerk waar ik toen bij zat en me thuis voelde, nee gewoon bij het orgaan kerk. Je krijgt juist daardoor zo veel voor je voeten.” Ik moet ze ook gelijk geven. Ik heb geen zin meer om me constant te moeten verweren. Voor mij was Jezus’ hoofdgebod altijd liefde, maar hoe weinig merk ik dat nu, juist vanuit de christelijke kringen. En eigenlijk wil ik helemaal niet bij de kerk weg … Maar ik heb ook geen zin in het constant moeten uitleggen en weerleggen van meningen van mensen. Daarom heb ik voor mezelf een keuze gemaakt. Niet iedereen zal  het waarderen waarschijnlijk, maar …’

 

 


In deze blogserie neemt Bernard Moorlag (26 jr) je mee in zijn levensverhaal. Hoe hij tot de ontdekking kwam dat hij homo was, wat dit voor hemzelf betekende en, misschien meer nog, wat dit voor zijn geloof betekende.
Rode draad hierin is: ‘Hoe een boer een nicht werd’.

‘Ik schrijf deze blogs om zo mijn levensverhaal te delen met iedereen die worstelt met zijn/haar geaardheid en/of coming out. Mocht je aan de hand van één van mijn blogs willen doorpraten, of wil je gewoon iets kwijt? Neem dan gerust contact met mij op via bernard@verscheurd.nl’

Groeten en wie weet tot spreeks, Bernard