Bernard – Hoe een boer een nicht werd

In deze blogserie neemt Bernard Moorlag (26 jr) je mee in zijn levensverhaal. Hoe hij tot de ontdekking kwam dat hij homo was, wat dit voor hemzelf betekende en, misschien meer nog, wat dit voor zijn geloof betekende. 

Rode draad hierin is: ‘Hoe een boer een nicht werd’.


‘Ik schrijf deze blogs om zo mijn levensverhaal te delen met iedereen die worstelt met zijn/haar geaardheid en/of coming out. Mocht je aan de hand van één van mijn blogs willen doorpraten, of wil je gewoon iets kwijt? Neem dan gerust contact met mij op via bernard@verscheurd.nl’

Groeten en wie weet tot spreeks, Bernard


26-01-2018


Het grote grasveld naast de basisschool was dé plek om lekker van de zon te genieten. Terwijl de jongens aan het voetballen waren, lag ik daar lekker bij de meiden. Wat we deden? Madeliefjes plukken. Als je er dan een heel aantal had kon je met je nagel een spleet in de steeltjes maken en ze als een soort ketting aan elkaar rijgen. Armbanden, hoofdtooien, ja zelfs hele kettingen maakten we ervan. Overwegend witte bloemen, maar soms, een héééle enkele keer, zat er een roze getint bloemetje tussen. Een speling der natuur zou ik maar zeggen. Langzamerhand leken de meiden er aan te wennen dat ik meer met hen optrok dan met de jongens. Misschien had dat ook wel te maken met het feit dat ik vaak met ze meeging voor verkleedpartijtjes. Van alles kwam er dan voorbij: pruiken, hoeden en, jawel, jurken. Ooit ging ik als roodkapje, waarbij een vriendinnetje zich dan in een maagdelijk witte trouwjurk hees. En daar liepen we dan samen, schrijdend naar het ‘altaar’ van vier coniferen in de voortuin van mijn ouders.

Afijn, na school werden de witte bloemen aan de kant gegooid en hophop daar kwamen weer de blauwe overall en de klompen tevoorschijn. En waar ik tijdens de lunch nog liefkozend met madeliefjes aan het fröbelen was zat ik nu, na schooltijd, met m’n handen als kolenschoppen in de paardenmest om de paardenstal uit te mesten.

Aan het eind van de basisschool nodigde ik, zoals de gewoonte was, de hele klas uit om mijn verjaardag te vieren. We aten cake en deden ballontrappertje, wat erin resulteerde dat ik als een dartelend hartje, geketend aan een roze ballon, in een arena vol dolle stieren rondhuppelde. Aan het eind van de avond keken we een film: Pearl Harbor. Ik besefte het toen nog niet, maar later zou juist deze film me helpen om een stukje van mijn persoonlijke puzzel neer te kunnen leggen.

Na acht mooie jaren ging ik naar de middelbare school. Ondanks mijn streven voor havo eindigde ik op vmbo-tl. Het voelde als falen, ik moest en zou voor mijn ouders bewijzen dat ik het echt wel kon. Alles om mijn ouders trots te laten zijn. In mijn hele schoolcarrière zocht ik naar de goedkeuring van mijn ouders, maar was het enige wat ik terugkreeg: ‘Bernard, een acht is goed, maar het is nog geen tien hè’. Althans, zo is mijn herinnering aan die tijd. Misschien deden ze dat onbewust, maar het bracht mij wel een ontzettende drang om mezelf te bewijzen …

Het voortgezet onderwijs bracht hele interessante dingen met zich mee: nieuwe jongens en nog beter; nieuwe meiden! Op dat moment speelde ik totaal niet met de gedachte dat ik allicht wel eens homo kon zijn. Sterker nog: ik vond meiden zó interessant dat ik in de tweede klas besloot om de stoute schoenen aan te trekken en een liefdesbrief te schrijven naar één van mijn vrouwelijke klasgenoten. Ik had er een hele avond werk van gemaakt om een hele serenade op papier te krijgen die als een sinterklaasgedicht rijmde aan het eind van elke zin. En natuurlijk gevolgd door ‘I Love You’-stickers en de welbekende xxx-jes aan het eind van de brief. Via via had ik een klasgenootje in vertrouwen genomen: niemand mocht immers weten dat de brief door mij geschreven was. En daar was dan hét moment. Tussen de leswisseling gaf de klasgenoot zo onopvallend mogelijk het briefje door. Er ontstond reuring in de klas! Esther had een brief gekregen en iedereen was razend benieuwd wat er zoal in stond. Maar ik? Ik kon wel door de grond zakken … Wat had ik gedaan? Waar kwam al die mannelijkheid in mij vandaan om ooit het lef te hebben gehad zo’n brief te versturen? En toen kwam het aller- aller- allerergste: De leraar kreeg lucht van de situatie. Hij stond erop dat Esther de brief aan hem gaf, waarna hij voor in de klas, hardop, de eerste zinnen van de brief begon voor te lezen. Al gauw werd bekend dat ik de brief had geschreven. Enkele dagen later kreeg ik een berichtje van Esther terug. Ironisch gezien via een briefje: “Sorry dat ik met Gerben heb, sorry, sorry!” Wat voelde ik me dom en ongelukkig! En wat had ik me weer in een benarde, eenzame positie gebracht in de klas.

De weken erna zonderde ik me af en verzonk ik langzaam in een eenzame zoektocht naar mezelf. Ik dacht, na zoveel opgetrokken te hebben met meiden, wel te begrijpen dat ze zulke acties juist zouden waarderen van jongens. Maar na deze actie had ik het idee dat ik steeds minder ging begrijpen van meiden. Meer en meer werden ze voor mij een ongrijpbaar iets, zo leek het wel. Maar ik ging ook steeds minder begrijpen van mezelf. Ik voelde me anders dan anderen en vond geen echte aansluiting bij de andere jongens. Niemand leek me te begrijpen. Wie was ik eigenlijk en waar stond ik in dit leven?


05-01-2018


‘Ik kies Tom’, ‘Ik kies Gijs’ , ‘Oh, dan neem ik Bernard wel dan’. Het jaarlijkse schoolvoetbaltoernooi. Voor de meeste jongens hét spektakel van het jaar. Voor mij vaak niet meer dan opnieuw een vaststelling dat ik er eigenlijk weer net niet bij hoorde. En ergens terecht ook. Iedere keer als de bal op mij afkwam, leek hij te veranderen in een niets ontziend monster met tanden als die van een leeuw met z’n bek wijd open. En dan heb ik het nog niet eens over die monsters, die als dolle stieren achter de bal aan vlogen, recht op mij af alsof ik een scharlakenrode lap was waar ze dwars doorheen zouden willen rennen. Ik ben niet zo’n blok beton als die andere jongens, was alles wat me door de kop schoot terwijl ik me zo klein mogelijk maakte om het naderende gevaar af te wenden. Ja, of ik deed een klein huppeltje opzij en riep, op mijn allermannelijkst welteverstaan: ‘pak jij hem maar, jij wilt hem liever dan ik denk ik’. Ondertussen zag je de minachting in de ogen van de jongens: ‘Haha, zie hem staan, die Bernard’. Ja ik was me er wel van bewust dat ik zo ongeveer het ieligste, sloomste jongetje uit de klas was; het pispaaltje. Althans, zo voelde het. Als dan de bel ging, voelde ik de opluchting door me heen stromen, want dat betekende dat ik de veiligheid van de klas weer in kon. In de klas leken we ineens allemaal weer aan elkaar gelijk. Behalve dan op vrijdagmiddag, dan hadden we handvaardigheid en kon ik mijn creatieve brein weer helemaal op z’n beloop laten. Maar dat stuitte bij tijd en wijle juist weer bij de meiden tegen de borst want ja, die horen toch het creatiefst te zijn.

Eenmaal thuis wist mijn moeder niet hoe snel ze me een blauwe overall aan moest trekken met, natuurlijk, de oer-Hollandse gele klompjes aan mijn voeten om maar te voorkomen dat zij de volgende dag weer wasmachines vol was had. En dan kwam het beste moment van de dag waarin ik, als boer Bernard, met de boer meeging op de trekker, de veengebieden van Oost-Groningen tegemoet. Daar zat ik dan, op het zitje naast de bestuurder in de trekker. Een zitje dat er normaal niet zat maar wat je als een soort Chinese origami vouwkunst kon uitklappen tot een prinsheerlijke zetel. Vanaf die plek kon je heerlijk rondkijken en had je een gevoel van ultieme power. Ik vond het heerlijk, een bepaald gevoel wat ik op school niet altijd had: vrijheid en macht op zo’n kolossale trekker. Op school werd ik eerder onder de voet gelopen dan dat men voor me aan de kant ging. En als ze op school al voor me aan de kant gingen, dan was het omdat ze met een grote boog om me heen liepen. Althans, zo voelde het wel eens voor mij. Maar op de trekker was dat anders: ik zat veilig in de cabine, iedereen keek naar me op en iedereen ging voor me aan de kant. Ik kreeg daar een gevoel van respect: ik werd gezien.

Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin met een vader, een moeder een twee jaar oudere zus en een vier jaar jonger zusje, wat vaak resulteerde in één en al poppengekte in huis. Mijn ouders, en dan vooral mijn vader, hadden duidelijk de regie in handen. Echt gepraat over gevoel of emotie werd er eigenlijk niet. En zo werden we eigenlijk allemaal de welbekende binnenvetters. In mijn jongere jaren had ik hier echter geen last van, pas toen ik ouder werd merkte ik welke impact dit had. Afijn, een christelijk gezin, wat o.a. betekende dat tijdens de maaltijden bij ons altijd werd gebeden. Het gebed, en dan met name het finale woordje ‘Amen’ wat na het dankgebed volgde, fungeerde voor mij echter meer als een soort van startschot om weer van tafel te schieten, de grote, echte mannenwereld in. ‘Geloven’ betekende voor mij als jochie überhaupt nog niet veel meer dan iedere zondag twee keer naar de kerk en netjes wachten tot je tijdens de preek een snoepje kreeg. En goed opletten natuurlijk bij de preek, want bij ieder nieuw punt kregen we weer een snoepje. Verder onrustig heen en weer schuifelen en wachten tot het voorbij was. Dat het geloof een veel belangrijkere, ingewikkeldere rol zou spelen op latere leeftijd, kon ik toen nog niet vermoeden …


 

Kom naar een van onze seminars!

Door het hele land organiseren we avonden om samen in gesprek te gaan over homoseksualiteit en geloven. Kom ook! Bekijk onze agenda wanneer we in jouw regio zijn. Liever persoonlijk contact? We staan open voor iedere vraag. We horen graag van je!

Agenda of neem contact op Email