Breng mijn cirkels niet in de war – Henk Medema

30
jun

Breng mijn cirkels niet in de war – Henk Medema

De gemeenschap van wie? De interpretatie van wie? Onder die titel schreef de Amerikaanse christen-filosoof Merold Westphal een boekje over ‘philosophical hermeneutics for the Church’. De ogenschijnlijke ingewikkeldheid van deze titel schrikt sommige mensen af van de (ook echt!) moeilijke inhoud – filosofie en hermeneutiek, en dat in de kerk? – maar een eenvoudige weergave van de kern zal ons helpen, en misschien wel een beetje verrassen.

Het gaat over de cirkels die wij allemaal, bij wijze van spreken, in het zand tekenen om  onze geloofs-standpunten af te grenzen. Een aardig voorbeeld, om mee te beginnen. Toen tijdens de Punische Oorlog het beleg van Syracuse eindigde in de verovering van die stad (212 v.Chr), werd de wiskundige Archimedes tijdens zijn werk overrompeld door een paar Romeinse soldaten. De verstrooide wiskundige, die allerlei vernuftige verdedigingswapens voor de stad had ontworpen, hoorde niet dat de militairen naar zijn naam vroegen – want de Romeinse generaal Marcellus had opdracht gegeven Archimedes te sparen – en antwoordde alleen: ‘Gooi mijn cirkels niet in de war!’ (noli turbare circulos meos). Een moment later was hij dood. Vermoedelijk is dit verhaal een legende, maar ‘t is een gevleugeld woord geworden.

De standpunten die wij hebben, over de theologie, over het geloof, over de bijbel – zouden we die niet graag als objectieve lijnen in stand willen houden? Theologen in hun wetenschappelijk onderzoek, voorgangers in hun preken, ‘gewone’ mensen in hun bijbellezen zetten vaak graag heldere piketpaaltjes. Zó lees ik de Schrift, dus zó is het! En als het Woord van God geen absolute zeggingskracht meer heeft, waar blijven we dán?

Deze claim van het ‘bezitten’ van objectieve waarheid heeft al tot heel wat kerkscheuringen en zelfs godsdienstoorlogen geleid. In de eenentwintigste eeuw zijn we met die oorlogen wat voorzichtiger, en zelfs met de scheuringen zijn we wel wat terughoudender geworden. Maar als er een verschil van mening binnen een geloofsgemeenschap is, is dat nog altijd lastig. We zeggen ófwel: laat het kerkelijk gezag maar voor ons uitmaken hoe het zit! Of het omgekeerde: niks daarvan, de dominee of de voorganger, de kerkenraad of de oudsten kunnen me nog meer vertellen, ik heb m’n eigen mening en die is gebaseerd op de Schrift (én op de belijdenis, voegen sommigen eraan toe). Laten we alsjeblieft niet toegeven aan dat postmoderne gedoe, alsof je met de waarheid van God allerlei kanten op kunt – gooi onze cirkels niet in de war!

En zo vertelde een goede vriend, voorganger van een gemeente, onlangs dat hij graag met de héle gemeente in gesprek wilde over een bepaald lastig thema, lezend in de Bijbel en biddend de wil van God zoekend – maar ‘men’ wilde dat niet. De standpunt-cirkels lagen er al, en daar mocht je niet aankomen, óf wat de dominee (dan wel de oudsten) als juist beschouwden, dát was het.

Goed. Teken maar eens een cirkel: dat is de geloofgemeenschap waarbij je hoort, met haar geloofsovertuigingen. Of misschien moet je er wel twee tekenen, of drie cirkels. Gelukkig nu ook weer niet los van elkaar, maar deels verschillend, deels samenvallend – want we geloven toch allemaal in dat centrale gebied van ons aller geloof: Jezus Christus, de Zoon van God, en een aantal aspecten zoals wij Hem kennen. Teken voor de eenvoud maar drie cirkels, en laten ze een centraal gebied gemeenschappelijk hebben (maar je mag datzelfde beeld veel verder uitbreiden)

De beroemde filosoof Gadamer, die leefde van 1900 tot 2002 (!), zei: we zijn altijd ergens, we zijn allemaal in een eigen traditie ingebed. Nooit zien we de dingen ‘overal’ vandaan of ‘nergens’ vandaan. We zijn altijd érgens. En nooit ‘zijn’ we ‘er’ helemaal, en daar kunnen we het beste maar aan proberen te wennen. (Als christenen zeggen we erbij: zo móet het ook, want niemand van ons is God, we zijn zelfs geen godjes! – en wat is het heilzaam om steeds verder te blijven zoeken in de Godsopenbaring!)

De weg om het probleem van botsende ‘objectiviteiten’ te overwinnen, is niet perspectieven te ontvluchten, maar ze juist te vermeerderen, zegt Westphal. Iemand die probeert een tekst te begrijpen, is altijd aan het projecteren. Zodra zich een bepaalde betekenis aandient, probeert hij daaraan enige zin te geven die recht doet aan een tekst-als-geheel. Zo lezen wij allemaal de bijbeltekst: de theoloog die een dogmatiek of een exegetische verhandeling aan het schrijven is, de voorganger die een preek houdt, en de gewone gelovigen die dagelijks biddend en zoekend en tastend (en soms met diepe vreugde!) hun bijbeltjes lezen. Niet makkelijk, zo’n proces, maar wél mooi. Laten onze cirkels af en toe maar lekker in de war gegooid worden…