Agree to disagree – Jan Wolsheimer

10
okt

Agree to disagree – Jan Wolsheimer

Voor mijn studie rondom het thema ‘homoseksueel in de kerk’ ben ik begonnen aan het boek ‘A letter to my congregation’ van predikant Ken Wilson. Een bijzonder lezenswaardig en nuttig boek. Wilson is predikant van een Vineyard gemeente in Ann Harbor, USA en schreef een boek over de verandering in zijn denken met betrekking tot het LGBT vraagstuk in de kerk.

Het aardige is dat Ken behoort tot de ‘orthodoxe evangelicale christenen’ waar ik mezelf ook onder schaar. In die hoek begint de hele discussie rondom de homoseksuele thematiek nog maar net goed op gang te komen.  De basis voor het boek is een lange brief aan zijn gemeenschap (denk aan de lengte van een boek!) waarin hij de lezer meeneemt in zijn denken. Een geweldig idee! Zo voorkom je dat mensen snel doorbladeren naar de laatste pagina’s van je studie om te zien of het wel of niet mag.

Ken voelt zich ongemakkelijk met het klimaat van angst wat in veel Amerikaanse kerken heerst rondom dit thema. Maar weinigen durven er hun ‘orthodoxe’ vingers aan te branden. Ken schrijft:

“I think we, meaning my denomination and every other organized form of American Evangelicalism, are an anxious system in which it’s not easy to discuss the issue of same-sex relationships with the gentleness, calm and candor that pastoral matters require”.

Nou Ken, dat geldt ook voor Nederland kan ik je verzekeren.
Sinds ik ben gestart met deze langdurige studie en daar vrij open over schrijf, ben ik benaderd door heel veel mensen. Door homoseksuelen, door familieleden van homoseksuelen (ouders, broers of zussen) en door mensen die graag wat willen sturen wat me kan helpen bij de studie. Op zich ben ik daar blij mee. Fijn dat mensen ongevraagd studies of boeken aanleveren waardoor ik echt merk dat het onderwerp leeft. Het heeft me bijzonder verrijkende gesprekken opgeleverd met homoseksuele christenen (voor sommigen al een contradictio in terminis) en heeft me veel boeiende inkijkjes opgeleverd in hun leefwereld.

Ook de gesprekken met familieleden betekenen veel voor me. Deze mensen kunnen nauwelijks leven met het veelgehoorde adagium: “love the sinner, hate the sin”. Het gaat immers om hun eigen vlees en bloed. Tijdens zulke gesprekken is de pijn bijna tastbaar en ervaar ik hoe we als kerken beroerd om kunnen gaan met onze homoseksuele broeders en zusters. Vaak onbedoeld, maar niettemin laten onze opmerkingen veel schade achter. Tijd dus voor een open gesprek waarbij we respectvol naar elkaar luisteren.

Inmiddels heb ik ook minder goede ervaringen met mensen die mijn studie graag beïnvloeden en mij in ‘hun’ kamp proberen te trekken (of te houden). Ook daar wil ik best van geloven dat het allemaal goed bedoeld is, maar het komt erg storend over. Gesprekken beginnen dat meestal met woorden als:

“Het staat er toch duidelijk”
“Blijf je eigenlijk wel dicht bij de bijbel?”
“Het gaat er niet om wat wij willen, maar om wat God wil”

Op zich zijn deze zinnen niet zo gek – en nogmaals – goed bedoeld, maar er gaat een zekere vreemde dreiging van uit. De lichaamstaal en het gezicht wat getrokken wordt bij dit soort gesprekken laat zien dat de vriendschap wel eens sterk zou kunnen veranderen als ik ergens uitkom waar de persoon in kwestie zich niet thuisvoelt.

Ken schrijft dat zijn relatie met sommige collega’s volledig is bevroren naar aanleiding van zijn eerlijke en openhartige boek. Ik betreur dat.

Zullen we het ‘systeem van angst’ verlaten en eerlijk en oprecht met elkaar spreken? Ook als we het hartgrondig met elkaar oneens zijn? En als we dat blijven, kunnen we elkaar in Jezus dan nog steeds ontmoeten, of is het gedaan met de vriendschap?

Ik ben benieuwd hoe ik dat straks, als mijn studie klaar is ga ervaren.